|
Zelf
lezen
De leerlingen uit groep 3 zijn een groot deel van het jaar bezig met het
leren lezen.
Om het lezen thuis te stimuleren start groep 3 met een project i.s.m. de
openbare bibliotheek: ‘Ik kan wel lezen hoor!’
Alle
leerlingen die meedoen, verdienen een heus ‘Leesdiploma’ door
zelfstandig een aantal eerste leesboekjes te lezen. Op een speciale
kaart tekent de leerkracht de vorderingen van iedere leerling aan. Na
een bepaald aantal boekjes gelezen te hebben mag het kind zijn foto in
de bibliotheek komen brengen. Daar hangt de ‘Ik kan al lezen hoor!’
poster .
Na
nog een aantal boekjes kan het kind zijn naam onder de foto komen
schrijven. Uiteindelijk staan alle namen en foto’s van de leerlingen die een leesdiploma
verdiend hebben op de poster.
AVI-niveau (De letters AVI staan
voor Analyse Van Individualiseringsvormen.)
Een stukje geschiedenis
Het leesonderwijs start
in groep 3 van de basisschool, vroeger de eerste klas van de lagere
school. Alle kinderen krijgen hetzelfde klassikaal aangeboden. Ieder
kind heeft zijn eigen tempo waarin hij/zij het lezen onder de knie
krijgt. Hierdoor krijg je dat de kinderen na een paar maanden
leesonderwijs erg kunnen verschillen voor wat betreft het niveau van
technisch lezen. In de jaren zeventig ontstond binnen het onderwijs de
behoefte om in te kunnen springen op deze verschillen in leesniveau. Om
dit niveau te meten is het AVI systeem ontwikkeld.
De leestoets
De kinderen krijgen in
groep 3 rond januari/februari een leestoets en aan de hand de
AVI-toetskaart wordt bekeken op welk niveau ze lezen.
Het kind krijgt een tekst voor z’n neus en gaat deze hardop voorlezen.
Er wordt op 5 onderdelen gelet.
F = of er een fout gelezen wordt
S = spellend lezen
O = of er een woord overgeslagen wordt
T = of het kind er zelf een woord tussenvoegt
V = of het kind een woord vervangt.
Onderaan
vind je een voorbeeld van een tekst die gebruikt kan worden voor AVI
toets 3
Dit wordt op de AVI-toetskaart bijgehouden.
Volgens een bepaalde formule wordt dan uiteindelijk het AVI-niveau van
het kind uitgerekend. Er zijn 9 AVI-niveaus.
De kinderen beginnen bij 0 en eindigen bij AVI 9.
Tekstkenmerken:
- Korte zinnen, één
zin per regel.
- Samengestelde zinnen over twee regels verdeeld, komen voor (worden
geteld als twee zinnen).
- Hoofdletters kunnen voorkomen
Woordtypen:
- woorden van één
lettergreep: zoals zo, va; ik,
om; naam, roos.
- woorden van één lettergreep met een combinatie van twee medeklinkers
kunnen voorkomen, bijvoorbeeld: slap
De
leeslijn:
wanneer leest in kind in welk AVI-niveau? Hier volgt een
overzicht:
Groep 3: AVI-1 wordt bereikt in februari-maart. Eind juni wordt AVI-2 bereikt.
Groep 4: AVI-3 wordt bereikt op het einde van november. Op het
einde van maart wordt AVI-4 bereikt en eind juni AVI-5.
Groep 5: AVI-6 wordt bereikt op het einde van november. Op het
einde van maart wordt AVI-7 bereikt en eind juni AVI-8.
Groep 6: AVI-9 wordt bereikt tegen het einde van november.
Eind groep 6 mag je dus
verwachten dat de kinderen goed technisch kunnen lezen.
Deze leeslijn volgt het
gemiddelde niveau van de leerlingen vanaf de helft van het eerste
leerjaar. Deze lijn moet gezien worden als een richtlijn. Het komt wel eens voor
dat een kind in groep 3 al AVI 9 kan lezen.De AVI-aanduiding is
een technisch leesniveau. Het AVI-niveau waarop je kind kan lezen
staat ook op de boekjes in de bibliotheek
Begrijpend lezen is een
heel ander verhaal. Op een gegeven moment hebben de kinderen het trucje
door en weten ze hoe de letters moeten klinken en kunnen ze ze ook snel
aan elkaar plakken en de zin lezen. Of ze dan ook weten wat ze
lezen? Dat is iets anders. Er zijn bijvoorbeeld
een heleboel woorden die kinderen op het laagste niveau kunnen lezen
waarmee je een verhaal zou kunnen schrijven dat totaal niet geschikt is
voor hen.
De man is boos
De man slaat.
Hij slaat haar dood.
Dit verhaaltje kan
ieder kind na het eerste half jaar in groep 3 lezen, maar of dit nu zo
geschikt is voor die leeftijd? De AVI-indeling dus is
nooit het enige criterium voor de selectie van leesboeken voor kinderen.
|